Zuid-Chili (door Fleur Bourgonje)
Niet alle boten die van Puerto Montt tussen de ontelbare eilandjes en het Chileense vasteland door naar Puerto Aisén en Puerto Natales varen, bestaan echt. El Caleuche bijvoorbeeld, bestaat niet volgens ons werkelijkheidsbesef. Maar wel in de verbeelding van de vissers en de zeelieden van het verre Zuiden.
een reisverhaal van Fleur Bourgonje
El Caleuche is een spookboot die op gezette tijden - altijd ’s avonds of diep in de nacht - en bij bepaalde weersomstandigheden - mot regen , lichte mist - opdoemt in de wateren rond het eiland Chiloé. Hij vaart nu eens boven , dan weer onder water, maar is steeds feeëriek verlicht en omgeven door betoverende klanken. Storm en onder stroom brengen hem niet uit zijn koers, hij vaart waarheen hij wil, als het maar in de omgeving van Chiloé is.
Aan boord bevinden zich spoken. Maar ook verdronkenen die weer tot leven zijn gekomen. Niet tot het leven waarin ze zich bevonden tot hun verdrinkingsdood, niet tot het leven waarin ze gedoemd waren bij nacht en ontij en zonder hun vrouwen uit te varen, maar tot het leven van het eeuwige nietsdoen, het eeuwige eten en drinken en liefhebben, de eeuwige gelukzaligheid. Soms gaan de verdronkenen aan land om de weduwen en wezen te troosten en hen in de overvloed van El Caleuche te laten delen. Maar dat zijn, volgens de legende, vaak teleurstellende uitstapjes: de weeskinderen lijken hun vaders al te zijn vergeten, de weduwen liggen al te slapen in de armen van nieuwe vissers en zeelieden die nog niet weten wat hen in de verraderlijke Golf van Ancud of in de Golf van het Verdriet te wachten staat. De bootspoken dolen aan wal zonder rust te zoeken of te vinden, ze rammelen met hun kettingen en doen het huilen van in het nauw gedreven eilanddieren na, om bij het aanbreken van de dageraad op de rug van een zeehond terug aan boord te gaan.
Even plotseling als El Caleuche opdoemt, verdwijnt hij weer. Al eeuwenlang is zijn bestaan een troost voor de mannen die wel op het water moéten leven, die hun bron van inkomsten uit de ijskoude kanalen ophijsen of opduiken, die vrachtgoed van haven naar haven varen zonder de zekerheid dat ze aankomen. Want zo kalm is de zee niet in het Zuiden. Zo vaak wordt er geen drenkeling levend aan wal gebracht.
De vrouwen van Chiloé en de eilandjes eromheen hebben hun eigen mythe, die van El Thrauco. Het is geen boot maar een man, een mannetje van ongeveer tachtig centimeter lengte dat in de hoogste takken van de bomen huist en gewapend is met een bijl die in een kromme stok verandert als hij op jacht gaat. Op jacht naar een meisje of een alleenstaande vrouw. Ik heb met hem te maken gehad, alle keren dat ik op Chiloé verbleef. Ik werd met klem voor hem gewaarschuwd, zoals ik ook gewaarschuwd was voor de bemanning van het spookschip. Alle waarschuwingen sloeg ik in de wind, want ik liet me op mijn omzwervingen over het eiland immers leiden door de rede en het was bovendien niet de eerste keer dat ik in m’n eentje overnachtte in een pension dat een behoorlijk eind buiten de bewoonde wereld lag.
El Thrauco mag dan een gedrocht zijn, maar hij zet argeloze meisjes en eenzame vrouwen moeiteloos naar zijn hand. Hij laat zich uit de takken vallen, geeft met zijn bijl drie korte slagen in de stam, betovert en bedwelmt met zijn sensuele blik zijn slachtoffer dat juist onder de boom door loopt en bevrucht haar dan in haar slaap. Getuigen zijn er nooit. Als negen maanden later een kind wordt geboren, weet zíj van niets, zíj is onschuldig, de schuld ligt bij het mannetje dat hoog in de bomen woont. Maar, werd mij in alle ernst gezegd, hij kan ook pensions binnendringen, wringt zich door de kleinste kier, door een openstaand raam, door de vermolmde planken waar de houten huizen van het o zo vochtige Chiloé zo rijk aan zijn. Ik herinner me dat ik, als de rede me door de mist of de verlatenheid even in de steek liet, de ramen en deuren van mijn pensionkamer controleerde, en het kraken van de planken, die nu eens uitzetten door de regen, dan weer krompen door de zon, bracht me meer dan eens in staat van alarm, vooral ’s nachts.
El Caleuche en El Thrauco bestaan niet echt. Zoals alle mythes vinden ze hun oorsprong en noodzaak in de werkelijkheid: vissers en zeelieden verlangen naar een boot van overvloed die nooit zal kapseizen, vrouwen van al dan niet verdronken vissers of zeelieden verlangen naar liefde en roepen daarom een gedrochtelijk maar onweerstaanbaar tovenaartje aan. Toch is de Zuid-Chileense werkelijkheid, hoe hard ook, adembenemend mooi. Want natuurlijk, de meeste mannen keren met volle netten terug en de meeste vrouwen lopen bij eb op een van de stranden naar mosselen te zoeken, spinnen en weven de wol van hun schapen, breien truien, mutsen en brede sjaals voor de koude maanden, persen de appelen tot cider, bereiden vissoep op gloeiende stenen in een kuil in de grond. De werkelijkheid is hard en mooi. De houten kusthuizen worden op vlotten versleept door koeien die tot aan hun ribben in het water staan. De gekapte bomen worden vervoerd op sleeën die door een koppel ossen heuvel op heuvel af worden getrokken tot aan de plek waar vuur nodig is. De paarden verplaatsen, zoals overal, de mensen: in poncho’s gehulde mannen, vrouwen en kinderen die van het ene gehucht naar het andere, naar een markt of een dokter of een waarzegster, naar een aanlegsteiger of een verdwaalde kudde gaan. In het ondiepe water van de baaien zwemmen zwanen met zwarte halzen, staan pelikanen voor zich uit te staren alsof ze zich bezinnen op hun bestaan zo ver van de evenaar, terwijl in de bossen de wilde katten achter de herten aan jagen en uilen krassend aankondigen dat het avond wordt.
Niet alle boten die naar en langs Chiloé varen zijn echt. Sommige zijn verzinsels of luchtspiegelingen, weer andere zijn denkbeeldige nazaten van Hollandse piratenschepen uit de zeventiende eeuw of, in rechte lijn, van die ene, de legendarische Vliegende Hollander die maar niet om Kaap Hoorn heen kwam. Maar de boten die vanuit Puerto Montt tussen de eilanden door naar Puerto Aisén en Puerto Natales gaan, zijn stormbestendig en levensecht. En het echtst is voor mij de veerboot die me, na elk verblijf op het eiland, vanaf de pier van Chacao weg heeft gevaren uit het isolement en de magie, terug naar het Noorden, terug naar het vasteland.
Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.




Volg ons op:
Tel: 09 223 00 69