Te gast in een ‘wollen huis’
Het leven in een kleine bedoeïenengemeenschap
In
het vorige nummer van het Djosermagazine plaatsten wij fragmenten uit
het reisverslag van Hannie Halma, die een week leefde bij een
nomadische bedoeïnenfamilie in de Egyptische woestijn. Deze keer het
tweede en laatste deel.
We lopen verder. Geen zuchtje wind
brengt ons verkoeling. Rotsen, een enkele
boom en heet zand... Deze reeks blijft zich eindeloos
herhalen.
De watervoorraad van Zeineb is op. Ook Striman heeft
nog maar enkele slokken in zijn kleine waterkruik. In die
van mij zit nog wel aardig wat. Ik vergeet gewoon te
drinken. Nee, haraam. Uitgesloten! De besliste gebaren
van de beide kinderen maken duidelijk dat ze geen water
van mij aannemen.
Zij zijn te snel door hun voorraad heen. Dat
is hun probleem. Ieder bedoeïenenkind weet
dat hij zijn voorraad vocht moet verdelen over
de hele dag! Bomen zijn er weinig op deze
plek. Het is heet en we zijn moe. Langzaam
bukken we om takjes te rapen. Echt snel gaat
het niet meer. Kennelijk gaan we niet via dezelfde route
terug. Verbaasd bekijk ik een grote cirkel met op elkaar
gestapelde stenen. Is dit de bron? De kinderen halen de
bovenste stenen weg en dan zie ik tot mijn verbazing een
enorme verzameling plastic flessen, allemaal gevuld met
water.
Een noodvoorraad water midden in de woestijn! Striman
en Zeineb kunnen weer lachen. Gulzig zetten ze om de
beurt de fles aan hun mond en drinken hem achter elkaar
leeg. Drijft daar groen wier in? En kan dat geen kwaad,
vraag ik me onzeker af. Het zal wel in orde zijn, anders
zouden de kinderen het zeker geweten hebben. Als we
om een grote rotspartij heengelopen zijn, zie ik in de
verte onze drie tenten. Gelukkig, we zijn bijna thuis!
Tevreden laat ik me even later in de schaduw van het
berghok op de grond zakken. Heerlijk! Omaatje en Fariah
waren juist aan thee toe, zij schenken ook voor mij een
glaasje in.
Wasdag
Vandaag is het wasdag. Gisteravond laat heeft de chauffeur
van de tankauto de lange rij jerrycans met water
gevuld.
Iedere twee weken komt hij de voorraad van deze kleine
woongemeenschap aanvullen, maar de bewoners
gebruiken het alleen om de drinkbakken van de dieren
mee te vullen en om de was te doen.
Bedoeïenen drinken alleen water uit de bron, dat is wat
de woestijn hen geeft!
De enorme berg wasgoed past maar net in de grote teil.
Het krijgt niet lang de kans om te weken. Een voor een
neemt Fariah alle kledingstukken onder handen en geeft
ze een stevige schrobbeurt. Uitwringen is nauwelijks
nodig en al vlug hangen de waslijnen vol met vrolijk
gekleurde kledingstukken.
Geitenvlees
De twee mannen hebben een klein zwart geitje geslacht.
Omaatje trekt zich terug in de woestijn. Zo’n vijfentwintig
meter verderop zit ze op een grote steen en schraapt de
vacht vakkundig schoon. Fariah giet de grote pan halfvol
water en stookt het vuur wat hoger op. Later voegt ze de
brokjes geitenvlees toe. Tussen de werkzaamheden door
voedt ze Sabeh en geeft de kinderen opdracht nog meer
houtjes en rondwaaiende struikjes te verzamelen. Striman
heeft aandacht voor alles wat er gebeurt. Eerst haalt hij
de baby bij het vuur weg, maar dat blijkt niet afdoende.
Ze kruipt langzaam terug. Dan zet hij haar zorgzaam in
een van de houten manden. Alleen daar zit ze veilig!
Als gast wordt mij als eerste een stuk brood
aangeboden. Het is gevuld met gekookte lever.
Nou ja... Het lijkt me beter er maar niet te lang
over na te denken. Gewoon opeten dus. Even
later doet iedereen zich te goed aan het dunne
knapperige brood en stukjes mals geitenvlees. De
bouillon, op smaak gebracht met kruiden, is heerlijk.
De kinderen huppelen, opgewonden over
zoveel lekkers, van de ene stookplaats naar de
andere. Zo vaak wordt er geen feest gevierd in de
woestijn.
Grootmoeder
Grootmoeder is duidelijk het hoofd van de familie. Haar
wil is wet. Zij bepaalt wie met de kudde op stap gaat
en wie water gaat halen. Ook beheert ze de financiën;
mijn bijdrage aan de familiepot lever ik bij
haar in.
Volgens een avondlijke bezoeker is ze honderd jaar.
Een klein, kromgebogen vrouwtje dat voortdurend
bezig is: hooi naar de kamelen sjouwt, maïs fijnstampt,
geitenkaas maakt en, als ze even niks anders te
doen heeft, kettinkjes rijgt. Ze ziet er schitterend uit in
haar vreemde mengeling van kledingstukken. Haar
muts is samengesteld uit verschillende lapjes en met
een koordje stevig vastgeknoopt. De bonte gezichtsdoek
draagt ze alleen als ze buiten haar tent
rondloopt.
Voor het gemak heeft ze er een stuk elastiek aan
vastgenaaid, zodat ze hem met een enkele handbeweging
onder haar kin kan trekken. Onder haar lange
rok zie ik een stukje van haar witte sportsokken uitsteken,
maar ook een zilveren enkelband die me te zwaar lijkt
voor haar fragiele enkel.
Aan de informatie in deze artikelen en verhalen kunnen geen rechten ontleend worden.




Tel: 09 223 00 69