Tsarenstad aan de Neva (door Gerrit Jan Zwier)
Door Gerrit Jan Zwier
Nooit eerder had ik een voet op Russische bodem gezet. Moest ik Rusland met enkele trefwoorden omschrijven, dan zou ik niet veel verder komen dan wodka, borsjt, kaviaar, samovar en trojka. Daarmee onherroepelijk verzeild rakend in het dwaze lied van Drs. P.: “Wij rijden met de trojka door het eindeloze woud/Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud.”

Gids Alma, die me opwacht op het vliegveld, heeft Nederlands gestudeerd aan de plaatselijke universiteit en blijkt de taal uitstekend te spreken. De komende dagen zal ze me verbazen met uitdrukkingen als ‘te gek!’ en ‘onder de wol stoppen’. In de taxi, die over brede straten de duistere stad inrijdt, hoor ik dat Sint-Petersburg een Nederlandse Club heeft. Ruim honderd gidsen en kunsthistorici zijn er lid van. De gidsen leiden Nederlandse toeristen rond en de kunsthistorici zijn gespecialiseerd in de doeken van Rembrandt, Jan Steen, Frans Hals, Paulus Potter en andere Gouden Eeuw-schilders die de wanden van de Hermitage sieren. Mijn hotel, een reusachtige dubbelflat met een eetzaal zo groot als een voetbalveld, stamt uit de communistische tijd. Door het raam van mijn kamer zie ik een obelisk en gasvlammen die een vaag schijnsel over lage muren werpen. Dit oorlogsmonument is gewijd aan de honderdduizenden Petersburgers die de hongerdood stierven tijdens de Duitse omsingeling van de stad. In de onderaardse gewelven zweeft de treurmuziek van de Leningrader Symfonie van Sjostakovitsj, de componist die het beleg zelf heeft meegemaakt.

Pracht, praal en sjofelheid
Het goud van koepels en torenspitsen regeert het stadsbeeld van Sint- Petersburg. Aan het ene eind van de brede, altijd drukke Nevski Prospekt heerst de piek van de Admiraliteit. De gebouwen van het Alexander Nevski-klooster sluiten de andere kant van de bijna vijf kilometer lange straat af. Het uitzicht over de brede en snelstromende Neva is vanaf beide oevers adembenemend. Op de linkeroever dwaalt de blik langs de slanke toren en muren van de Peter en Paul-vesting, waar de historie van de stad begon, en langs de rode vuurtorens, de paleizen en universiteitsgebouwen stroomafwaarts. Het groenwitte Winterpaleis van de Romanovs, de gouden koepel van de Isaäkskathedraal en opnieuw de piek van de Admiraliteit domineren het blikveld vanaf de rechteroever. Kom je uit de metro op de Nevski Prospekt, dan zie je links de koepel van de Kazankathedraal en rechts de veelkleurige uien van de Opstandingskerk. Het contrast tussen de pracht en praal van paleizen en kerken en de sjofelheid op straat kan niet groter zijn. Oude moedertjes houden de wacht bij tafeltjes of een krant waarop ze een paar wortels of paddestoelen hebben uitgestald. Soms verkopen ze flesjes bier of kvas, een verfrissend drankje, bereid uit een vergistend mengsel van brood, vruchten en suiker. De kiosken brengen wodka aan de man en dat is ‘s avonds te merken aan het gedrag van de omstanders.
Pieterbaas
Veel plaatsen in de stad getuigen van de oude band met Nederland. Op de Nevski Prospekt staat de Hollandse Kerk, die al lang niet meer als kerk in gebruik is. Aan de Neva, in het voormalige paleis van Alexander Mensjikov, een boezemvriend van Peter de Grote, zijn vele kamers betegeld met Delfts aardewerk. Wie naar de blauwe wanden en plafonds kijkt, dwaalt opeens rond in een vertrouwd landschap van molens en ophaalbruggen. In het Antropologisch Museum, dat is volgestouwd met de etnografische voorwerpen die Russische expedities meenamen uit vreemde streken, is ook een vertrek gewijd aan een bizarre collectie medische preparaten. Peter de Grote kocht de kalveren met twee koppen en misvormde foetussen aan van professor Ruysch, die hij bij zijn verblijf in Nederland had ontmoet. Peter, die op de scheepswerf van de Vereenigde Oostindische Compagnie Pieterbaas werd genoemd, kwam twee keer naar Nederland. Eerst in 1697, daarna nog in 1716. Zoals bekend, had hij een grote belangstelling voor westerse wetenschap en technologie. In de Hermitage kom ik de geest van Pieterbaas opnieuw tegen, en wel in de welvoorziene afdeling met Gouden Eeuw-schilders. Daar bevindt zich ook menig doek van de eigenaardige Melchior d’Hondecoeter, die zich specialiseerde in het uitbeelden van kippen, eenden, pauwen en konijnen. Alma vertelt dat ze hier eens een Nederlandse bioloog mee naartoe had genomen die werkte aan een proefschrift over oud-Hollandse hoenderrassen.
Beroemde doden
De sfeer van de historische roman van Theun de Vries komt tot leven als ik het pad naar het Alexander Nevski-klooster insla. Mannen in rolstoelen en zigeunervrouwen met kleine kinderen herinneren mij aan een passage als: “Armoe was allerwegen... hier en daar zaten bedelaars op een straathoek, een beenloze invalide op een bankje met kort gezaagde poten, of een gebocheld wijfje met tranende ogen en een haveloze kat op schoot.” Helaas zijn de paardenstallen en de kluisjes van de heremieten en icoonschilders verdwenen. Een groot deel van het klooster is niet meer als zodanig in gebruik. Maar de Drievuldigheidskathedraal staat er nog en maakt zelfs een renaissance door. Talloze kaarsen en olielampjes verlichten het donkere heiligdom van de kathedraal. Het geloof komt overal weer aan de oppervlakte en ontfermt zich over kerk en altaar. Op het kerkhof bij het klooster liggen beroemde doden begraven. Ik herken het borstbeeld van Dostojevski, die de stad in zijn Witte nachten heeft vereeuwigd. Op de tombe van Tsjaikovski zijn twee engelen neergestreken, waarvan er één een boek leest. Of beter: de noten van een muziekstuk. ‘s Avonds voeg ik me bij het uitgaanspubliek dat in de schouwburg de opening van het opera- en balletseizoen bijwoont. “De Notenkrakersuite is altijd een feest in onze stad”, had Alma gezegd en ze heeft gelijk. Alle plaatsen zijn bezet. De Petersburgers zijn op hun mooist gekleed; vooral de meisjes, in lichte jurkjes en met strikken in het haar, zien er prachtig uit. Als ik mijn ogen over de zaal en langs de rijen balkons laat gaan, dan kan ik me voorstellen dat het 1900 is of 1910, in ieder geval vóór 1917, het jaar van de Oktoberrevolutie, die nu in Rusland te boek staat als een ‘historische vergissing’.





Tel: 09 223 00 69