Reis zoeken

Soort reis

Regio

Met oog voor

Reisduur

Vertrekperiode

Prijs

Videofilmen op reis deel 4 (door Gé Kikkert)

De opnamen

door Gé Kikkert

Reizen is leuk. Net zo leuk als een interessante videofilm maken van je belevenissen om later thuis nog eens na te genieten. Maar is het dan nodig om de hele vakantie met je camcorder in de hand rond te lopen? Alsjeblieft niet.
   
Als het goed is heb je thuis al een lijstje gemaakt van de onderwerpen die je wilt filmen. Spreek met je eventuele reisgenoten af op welke dagen je wilt filmen en beloof dat je de camcorder de overige dagen in de tas laat. Maak ze ‘warm’ voor je filmproject en vertel hen wat je van ze verwacht, want ze komen natuurlijk in beeld.

Stramien
De opbouw van een film verloopt meestal volgens een vast stramien. Op de inleiding volgt een reeks korte verhaaltjes die samen het complete verhaal vormen en daarna de afsluiting.
Veel vakantiefilms slaan de inleiding over, ze beginnen ‘in de vijfde versnelling’. Laat de kijker eerst even zien en horen Waar we zijn en Wie er allemaal mee op reis gaan. Deze eerste, noodzakelijke beelden, de ‘establishing shots’, geven de soort en de sfeer van de film aan. Kijk op die manier eens naar een film op tv. In de eerste minuut weet je al naar wat voor soort film je kijkt. Ook voor je vakantiefilm begin je met beelden die dat meteen duidelijk maken. Je kunt dat op verschillende manieren doen. Bijvoorbeeld door wat landschappen of steden te laten zien of een landkaart in beeld te brengen van de streek waar je heen gaat. Ook beelden van de heenreis naar je vakantiebestemming maken duidelijk waar je naartoe gaat en met wie. Maar houd het kort. Een eindeloze reis aan het begin van de film is niet leuk.

Onderwerpen
Met het lijstje onderwerpen in de hand kun je nu de losse ‘verhalen’ gaan filmen waaruit je vakantiefilm zal bestaan. Het lijkt leuk om iets te filmen van alles wat je meemaakt, maar dan wordt het al gauw een chaotisch geheel. Het eerste verhaaltje kan een overzicht zijn van de plaats waar je aankomt: hotel, kampeerplaats, het vervoermiddel voor de komende weken. Laat ook iets van de omgeving, de mogelijkheden en de medereizigers zien. En vergeet de vijf W’s uit deel 2 van deze serie niet:
  • Met WIE ben je op reis;
  • WAT gaan we bekijken of WAT gaan we doen;
  • WAAR gaat de reis heen of WAAR speelt alles zich af;
  • WAAROM is het leuk of interessant om deze reis te maken;
  • WANNEER was je daar.


Beelden
Begin elk onderwerp met een totaalbeeld om duidelijk te maken waar je bent. Wissel de uitsneden (totaal, half-totaal en close-up) steeds af. Maak vooral veel close-ups. Die kunnen later in de montage van pas komen en de film veel levendiger maken. Ze moeten dan natuurlijk wel te maken hebben met het onderwerp van het hoofdstuk. Besluit ieder onderwerp met een ‘eindbeeld’ dat duidelijk maakt dat dit verhaal verteld is.

Afsluiting
Het kan handig zijn om al in een vroeg stadium aan de afsluitende beelden van de film te denken. Als je toch op het vliegveld bent, film dan een vertrekkend vliegtuig. Maak alvast opnamen van medereizigers die hun tent afbreken of met bagage het hotel verlaten en het beeld uitlopen. Een geliefde afsluiting is de ondergaande zon, maar dat is ook wel heel erg cliché.
Het laatste beeld is vrijwel altijd een totaalbeeld waarin iets of iemand zich van de camcorder verwijdert en uit beeld verdwijnt. Daarmee is het voor de kijker duidelijk dat de film is afgelopen. Later kun je daar in de montage een aftiteling opzetten met je naam en de datum.


Handbewegingen
Vakantiefilms worden vooral ‘uit de hand’ opgenomen, dat maakt de beelden wat onrustig. In moderne camcorders zit een systeem dat de ergste handbewegingen dempt, maar nooit voor honderd procent. Ga dus altijd zo dicht mogelijk bij je onderwerp staan, want als je moet inzoomen wordt iedere handbeweging versterkt. Voor ‘rotsvaste’ beelden is een statief onontbeerlijk. Een driepoot is natuurlijk het beste, maar er zijn ook éénpootstatieven op de markt. Die geven al een veel beter resultaat dan filmen uit de hand.


Moeilijke plaatsen
  • Film je op plaatsen met veel licht, zoals op het strand of in de sneeuw, schakel dan altijd het neutraal grijsfilter in. Het zit in veel camcorders en wordt op de camera of in het menu aangeduid met ND: Neutral Density.
  • Maak je een shot met iemand op de voorgrond en stelt de camcorder de achtergrond scherp, dan moet je met de hand scherpstellen.
  • Film je tegen het licht in, gebruik dan de tegenlichtknop of stel het diafragma met de hand in.
  • Ga er nog eens even voor zitten om de handinstellingen te oefenen. Je film wordt echt beter als je er gebruik van maakt.

Dit is de vierde aflevering in de serie Videofilmen op reis. De vorige artikelen vind je op www.djoser.nl. Volgende keer: De montage.