Reis zoeken

Soort reis

Regio

Met oog voor

Reisduur

Vertrekperiode

Prijs

Al 15 jaar samen op reis

Unicef en Djoser werken al 15 jaar samen. Ieder volgen ze hun eigen weg. Maar altijd treffen ze elkaar ergens op een bijzondere plek. Bij de  Mayakinderen in Mexico bijvoorbeeld, op de theeplantages in Sri Lanka of op meisjesscholen in Jemen.

Djoser is sinds 1993 officieel partner van UNICEF. De samenwerking tussen Djoser en UNICEF telt nog een belangrijke derde partij: de reizigers die bij de organisatie hun reis boeken. Op het moment van boeken krijgen zij de mogelijkheid om drie euro aan UNICEF te doneren. Aan het eind van het jaar verdubbelt Djoser het totale bedrag. Dankzij deze donaties heeft UNICEF al vele projecten gerealiseerd in landen waar Djoser actief is. “Een perfect voorbeeld van hoe een  ontwikkelingsorganisatie, het bedrijfsleven én de consument de handen ineenslaan”, vertelt Frédérique Timmer, programmamedewerker van UNICEF.

In de loop der jaren heeft UNICEF met steun van Djoser diverse projecten opgezet. De problemen die zijn aangepakt variëren, maar één ding staat altijd centraal: het welzijn van het kind. Hieronder het resultaat van een aantal projecten als een reis door de tijd.

Mexico 2002
Veel mensen bezoeken Mexico voor de mystieke, rijke Mayacultuur. Maar de Maya’s van nu zijn allesbehalve rijk. Ze hebben bijna geen toegang tot sociale voorzieningen en behoren tot de armste inwoners van Latijns-Amerika. Het project van UNICEF gericht op Mayakinderen - financieel ondersteund door Djoser - pakt het probleem bij de educatieve wortels aan: beter onderwijs met aandacht voor de eigen cultuur.
In de provincie Yucatan, waar veel Maya’s wonen, sturen ouders hun kinderen niet snel naar school. En van de Mayakinderen die wel naar school gaan, verlaat een groot aantal de schoolbanken voortijdig. Het gevolg is dat van alle kinderen van 15 jaar en ouder maar liefst 27 procent analfabeet is.

Mexico 2004
Een belangrijk onderdeel van het project is dat UNICEF Maya’s stimuleert om hun kinderen naar school te sturen. Alleen onderwijs zal hun achterstandspositie op termijn kunnen verminderen. Daarnaast zet UNICEF zich in om de kwaliteit van het onderwijs voor de Mayakinderen te verbeteren. Zij krijgen modern onderwijs in (deels) hun eigen taal en met specifieke aandacht voor de oude Mayacultuur en -tradities. In totaal doen veertien scholen mee aan de verbetering van onderwijs voor Mayakinderen. Een belangrijk onderdeel daarbij is ‘de checklist’. Aan de hand van deze lijst brengen docenten, ouders én leerlingen samen de huidige situatie in en om school in kaart. Uiteindelijk gaat de (lokale) overheid aan de slag met de uitkomst van het onderzoek. Timmer: “Het geld van UNICEF voor alle voorgestelde
verbeteringen loopt via de overheid. Op deze manier wordt de (lokale) overheid verantwoordelijk gemaakt voor het verbeteren van de situatie.” Deze verbetering varieert per school; van nieuw sanitair tot een overdekte lunchruimte voor de kinderen. Op alle scholen gaan de leerlingen aan de slag met speciaal voor hen ontwikkeld onderwijsmateriaal. En het project slaat aan. Intussen gaat in de verschillende gemeenschappen meer dan 90 procent van de kinderen naar school. Daar krijgen ze kindvriendelijk onderwijs. Modern en in hun eigen taal, voor een goede toekomst.

Sri Lanka 2004
In Sri Lanka zijn duizenden theeplantages. Een prachtig rustiek beeld, maar op veel plantages sluimerde een serieus probleem dat indirect de kinderen raakte. Veel vrouwen die er werkten, hadden een structureel tekort aan essentiële voedingsstoffen. Veroorzaakt door lange werkdagen, maar ook door een gebrek aan kennis over goede voeding. Vooral voor zwangere vrouwen had dit gebrek aan belangrijke voedingsstoffen dramatische gevolgen. Veel vrouwen stierven in het kraambed, en hun kinderen werden verzwakt geboren. Ook kenden weinig vrouwen het belang van borstvoeding. Zij gebruikten vaak poedermelk omdat borstvoeding tijdens het werk omslachtig was. Het gevolg was dat de kindersterfte op de plantages aanzienlijk hoger lag dan in de rest van het land.

Sri Lanka 2007
UNICEF en Djoser zijn in 2004 een project gestart om de ondervoeding en hoge (kinder)sterfte op de plantages tegen te gaan. “Vroegtijdig ingrijpen, daar lag de oplossing”, vertelt Timmer. “We hebben mannen en vrouwen uit de lokale gemeenschap opgeleid om voorlichting te geven over gezonde voeding en het belang van borstvoeding.” De kennis is in de loop der jaren verspreid en voedingspatronen zijn aangepast. Daarnaast hebben we ook geholpen bij het aanleggen van moestuinen om gezonde groenten te verbouwen, we hebben goede sanitaire voorzieningen aangelegd en er zijn specialistische klinieken gekomen waar zwangere vrouwen veilig kunnen bevallen. Ook zijn er crèches opgezet waar kinderen in een veilige en kindvriendelijke omgeving kunnen spelen, terwijl hun moeders werken.” Het resultaat van al deze acties is een aanzienlijke daling van de kindersterfte.

Het succes werkte aanstekelijk. In de loop der jaren is het aantal plantages waar UNICEF met hulp van Djoser actief is, gestegen tot 109. In totaal worden nu meer dan 300.000 mensen bereikt. Het project is intussen afgerond, maar de kennis over gezonde voeding en betere leefomstandigheden gaat over van generatie op  generatie. Generaties met kinderen die veilig en gezond kunnen opgroeien.



Jemen 2007
Bijna de helft van de snelgroeiende bevolking van Jemen bestaat uit kinderen. Hoewel er steeds meer kinderen naar school gaan, is dat voor meisjes helaas nog vaak niet het geval. Meisjes worden veelal thuisgehouden vanwege diepgewortelde
tradities. Je dochter naar school sturen waar een meester voor de klas staat, stuit op weerstand. Het is een belangrijke oorzaak van het feit dat tweederde van de vrouwen in Jemen niet kan lezen. Het meest recente initiatief van UNICEF en Djoser brengt daar verandering in.

Jemen 2009
Het alternatief voor een meester is heel simpel: een juf! Het gezamenlijke project van UNICEF en Djoser, gestart in 2007, richt zich daarom voornamelijk op het stimuleren van vrouwen om lerares te worden. Um al-Sa’ad is één van de 377 vrouwen die een opleiding hebben gevolgd. Zij staat nu voor de klas, en het werkt. Al-Sa’ad vertelt trots: “Sinds ik lesgeef, komen er steeds meer meisjes naar school.” Ze volgt nog geregeld cursussen en krijgt een salaris van 20.000 riyal per maand (zo’n 75 euro). Als ze niet voor de klas staat, geeft ze vaak voorlichting aan ouders. “Ik wil ze overtuigen dat hun dochters ook naar school moeten. Goed onderwijs is voor meisjes de enige manier om aan de armoede te ontsnappen.”
Een ander gezamenlijk project in Jemen is algemener van aard. In totaal 110 scholen hebben geïnventariseerd welke verbeteringen op korte termijn nodig zijn. Samen met UNICEF is bepaald waarin als eerste moeten worden geïnvesteerd. Van nieuw schoolmateriaal tot aan verbeterd sanitair, het varieerde per school. Maar het doel was overal hetzelfde: een betere leeromgeving in het belang van het kind. Al-Sa’ad: “Het werkt aanstekelijk als je de meisjes ziet. Ze willen zó graag leren!”

Paul van Vliet
“Ik heb in mijn leven veel mogen reizen. Van de ruige woestijnen in Afrika tot aan het betoverende India. Als Paul van Vliet ‘de toerist’, maar ook als ambassadeur van UNICEF.

Of ik nu ergens ben als toerist of als ambassadeur, het valt mij altijd op dat mensen veel gemeen hebben, waar ze ook wonen. Zo ingewikkeld zijn verschillen ook niet: zet kinderen bij elkaar en ze spelen.

En of het nu Jemen, Sri Lanka, Mexico of Nederland is, overal weet men dat samenwerken essentieel is bij het verwezenlijken van dromen en doelen. Steeds meer particulieren en bedrijven werken daarom samen met UNICEF.
Djoser en UNICEF werken al meer dan vijftien jaar samen. Verspreid over de  continenten zijn in de loop der jaren uiteenlopende projecten opgezet. Samen met de lokale bevolking vormen beide organisaties een drieeenheid bij het realiseren van doelen en dromen.

Zo zijn, mede dankzij de hulp van alle Djoserreizigers, al heel wat kinderdromen uitgekomen. Dank daarvoor.”