Op reis met Djoser, de beginjaren
Wat er in een kwart eeuw allemaal niet kan gebeuren. Het Djoser van nu is een
gerenommeerde reisorganisatie met zo’n tweehonderd verschillende reizen.
Maar het begon 25 jaar geleden allemaal heel bescheiden met één reis door Egypte. Ook toen al helemaal volgens het vrijheid-blijheidprincipe, dat tot op de dag van vandaag heeft standgehouden. En het sloeg in als een bom.
We herinneren ons uit die beginjaren een 18 uur durende treinreis over het 900 kilometer lange traject van Cairo naar Aswan. De rit voerde door één langgerekt decor van bijna middeleeuwse taferelen: zwartgesluierde vrouwen die met kruiken en manden op het hoofd balanceerden, ossen die waterputten bestierden, ezelskarren, volgepakte kamelen en dromedarissen die zich een weg baanden door helgroene akkers, omzoomd door wuivende dadelpalmen en topzware bananenbomen. En dat alles tegen de achtergrond van in de zon gebleekte zandheuvels waarachter onverbiddelijk de woestijn zich uitstrekte.
En dan is er koffie!
De sfeer in het gangpad van treinstel 9 was al aardig opgepept toen enkele deelnemers aan deze Djoserreis met een eigen Moulinex koffiezetapparaat spontaan hadden ingeplugd op een stroomhaspeltje, waarvan het andere uiteinde door een gezelschap Egyptenaren ingenieus maar ook niet zonder gevaar aan de fitting van een coupélamp was bevestigd ten behoeve van een oorverdovende cassetterecorder met prachtige inheemse klanken. “En dan is er koffie!”, riep Herman van der Velde nadat de chef van de restauratiewagen allervriendelijkst met de bijbehorende melk en suiker was komen aandraven.
Maar wat daarna gebeurde vormde een naar ’s lands normen onbeschrijfelijk tafereel. Op de schetterende tonen van een Egyptische tophit waagden twee deelneemsters zich al buikdansend aan een verleidelijke pas-de-deux, waarop een handvol autochtonen weliswaar aarzelend maar gretig inhaakte. Het duurde niet lang of een en ander culmineerde in een hartverwarmende crash tussen twee culturen die zich tot aan de nachtelijke aankomst in Aswan met tussenpozen zou blijven herhalen, ongelovig gadegeslagen door massa’s mensen die zich op de perrons verdrongen om door de beslagen ramen van treinstel 9 een glimp van deze massale danspartij op te vangen. Herman van der Velde moedigde de meute nog maar eens aan door op een scheidsrechtersfluitje te blazen. “Dit vind je nergens anders”, riep hij in opperste verrukking uit. “Niets kan niet in Egypte!”
Het karakter van een Djoserreis was er wel raak mee getypeerd: geen Hiltoncomfort, maar des te meer sfeer, en als het ware met je neus boven op de bevolking. Humor ook, wat moge blijken uit een opmerking die Van der Velde toevoegde aan iemand die voor de tweede maal aan zo’n reis deelnam en die enigszins gelaten liet weten ‘het allemaal wel een beetje hetzelfde’ te vinden. “Wat had je dán verwacht, dat al die piramides hier opeens met de punt naar beneden zouden staan?”

Veel leren
Zo’n Djoserreis - dat moge duidelijk zijn - was iets heel anders dan wat de gevestigde reisorganisaties doorgaans in hun Egyptepakket opvoerden. Het
smaakte naar meer, en dat kwam er ook. Al was het met vallen en opstaan, want Djoser moest ook nog veel leren. Zo was er plots het idee om met een oude DAF-bus uit 1963 overland naar India te reizen, met een kampeeruitrusting voor 20 personen op het imperiaal. Het is er nooit van gekomen, vooral omdat Iran in die jaren de grenzen voor toerisme op slot deed. Dus toen maar met die bus naar Griekenland, Turkije en Portugal, wat in die jaren heel actieve en bijzondere reizen waren.
Maar al gauw ontdekte men bij Djoser dat je in die landen natuurlijk veel beter ter plaatse transport kon regelen. En zo werden ook de eerste contacten gelegd met lokale agenturen, altijd met veel zorg geselecteerd op kwaliteit, zorgzaamheid en de overtuiging een reis in te richten zoals Djoser het wenste. Zo kwam na Thailand ook Indonesië in beeld, dat weer op een totaal andere manier werd benaderd. Waar de gemiddelde toerist zich ’s morgens na het ontbijt gereedmaakte voor museum- of tempelbezoek of iets van dien aard, nam Van der Velde z’n clubje mee naar een stuk ongerepte jungle aan de zuidkust van Java waar die dag een derderangs karatefilm werd opgenomen. Een bloederig gebeuren, waarbij een houten pop als stand-in diende voor een scène waarin een hoofd werd afgehakt. Precies op het moment dat een verwilderde zwaardvechter dat vonnis voltrok, moest een techneut
met behulp van een fietspomp krachtig een lading tomatenketchup door het strottenhoofd persen, maar dat ging ettelijke keren mis. Toen de gewraakte scène uiteindelijk perfect getimed werd opgenomen, zat iedereen al onder de rode spetters, maar de dag kon niet meer stuk.
Verbaasde blikken
Ook niet toen een Djosergroep zich per becak een weg baande door het drukke centrum van Yogyakarta en zich daar onder de verbaasde blikken van de stedelingen andermaal een curieus Hollands tafereeltje ontvouwde. Van der Velde, voor wie het allemaal niet snel genoeg ging, sprong van de driewielertaxi, wisselde van plaats met de berijder en begon eigenhandig het tempo van de Hollandse karavaan op te voeren. Gillend van pret: “Leuk land hè!”
Het zijn maar enkele anekdotes. We zouden pagina’s erover vol kunnen schrijven,
maar daartoe ontbreekt hier de ruimte. Feit is dat Djoser z’n kinderjaren met smaak achter zich liet en allengs uitgroeide tot een niet meer weg te cijferen factor in de Nederlandse reiswereld. Enkele honderdduizenden reizigers zouden de pioniers uit die jaren gaan volgen, jong en oud, singles en stellen, letterlijk van hier tot Tokyo en verder. Want ook in volwassenheid is Djoser nog steeds een reisorganisatie met oog voor het bijzondere.
gerenommeerde reisorganisatie met zo’n tweehonderd verschillende reizen.
Maar het begon 25 jaar geleden allemaal heel bescheiden met één reis door Egypte. Ook toen al helemaal volgens het vrijheid-blijheidprincipe, dat tot op de dag van vandaag heeft standgehouden. En het sloeg in als een bom.
We herinneren ons uit die beginjaren een 18 uur durende treinreis over het 900 kilometer lange traject van Cairo naar Aswan. De rit voerde door één langgerekt decor van bijna middeleeuwse taferelen: zwartgesluierde vrouwen die met kruiken en manden op het hoofd balanceerden, ossen die waterputten bestierden, ezelskarren, volgepakte kamelen en dromedarissen die zich een weg baanden door helgroene akkers, omzoomd door wuivende dadelpalmen en topzware bananenbomen. En dat alles tegen de achtergrond van in de zon gebleekte zandheuvels waarachter onverbiddelijk de woestijn zich uitstrekte.
En dan is er koffie!
De sfeer in het gangpad van treinstel 9 was al aardig opgepept toen enkele deelnemers aan deze Djoserreis met een eigen Moulinex koffiezetapparaat spontaan hadden ingeplugd op een stroomhaspeltje, waarvan het andere uiteinde door een gezelschap Egyptenaren ingenieus maar ook niet zonder gevaar aan de fitting van een coupélamp was bevestigd ten behoeve van een oorverdovende cassetterecorder met prachtige inheemse klanken. “En dan is er koffie!”, riep Herman van der Velde nadat de chef van de restauratiewagen allervriendelijkst met de bijbehorende melk en suiker was komen aandraven.
Maar wat daarna gebeurde vormde een naar ’s lands normen onbeschrijfelijk tafereel. Op de schetterende tonen van een Egyptische tophit waagden twee deelneemsters zich al buikdansend aan een verleidelijke pas-de-deux, waarop een handvol autochtonen weliswaar aarzelend maar gretig inhaakte. Het duurde niet lang of een en ander culmineerde in een hartverwarmende crash tussen twee culturen die zich tot aan de nachtelijke aankomst in Aswan met tussenpozen zou blijven herhalen, ongelovig gadegeslagen door massa’s mensen die zich op de perrons verdrongen om door de beslagen ramen van treinstel 9 een glimp van deze massale danspartij op te vangen. Herman van der Velde moedigde de meute nog maar eens aan door op een scheidsrechtersfluitje te blazen. “Dit vind je nergens anders”, riep hij in opperste verrukking uit. “Niets kan niet in Egypte!”
Het karakter van een Djoserreis was er wel raak mee getypeerd: geen Hiltoncomfort, maar des te meer sfeer, en als het ware met je neus boven op de bevolking. Humor ook, wat moge blijken uit een opmerking die Van der Velde toevoegde aan iemand die voor de tweede maal aan zo’n reis deelnam en die enigszins gelaten liet weten ‘het allemaal wel een beetje hetzelfde’ te vinden. “Wat had je dán verwacht, dat al die piramides hier opeens met de punt naar beneden zouden staan?”

Veel leren
Zo’n Djoserreis - dat moge duidelijk zijn - was iets heel anders dan wat de gevestigde reisorganisaties doorgaans in hun Egyptepakket opvoerden. Het
smaakte naar meer, en dat kwam er ook. Al was het met vallen en opstaan, want Djoser moest ook nog veel leren. Zo was er plots het idee om met een oude DAF-bus uit 1963 overland naar India te reizen, met een kampeeruitrusting voor 20 personen op het imperiaal. Het is er nooit van gekomen, vooral omdat Iran in die jaren de grenzen voor toerisme op slot deed. Dus toen maar met die bus naar Griekenland, Turkije en Portugal, wat in die jaren heel actieve en bijzondere reizen waren.
Maar al gauw ontdekte men bij Djoser dat je in die landen natuurlijk veel beter ter plaatse transport kon regelen. En zo werden ook de eerste contacten gelegd met lokale agenturen, altijd met veel zorg geselecteerd op kwaliteit, zorgzaamheid en de overtuiging een reis in te richten zoals Djoser het wenste. Zo kwam na Thailand ook Indonesië in beeld, dat weer op een totaal andere manier werd benaderd. Waar de gemiddelde toerist zich ’s morgens na het ontbijt gereedmaakte voor museum- of tempelbezoek of iets van dien aard, nam Van der Velde z’n clubje mee naar een stuk ongerepte jungle aan de zuidkust van Java waar die dag een derderangs karatefilm werd opgenomen. Een bloederig gebeuren, waarbij een houten pop als stand-in diende voor een scène waarin een hoofd werd afgehakt. Precies op het moment dat een verwilderde zwaardvechter dat vonnis voltrok, moest een techneut
met behulp van een fietspomp krachtig een lading tomatenketchup door het strottenhoofd persen, maar dat ging ettelijke keren mis. Toen de gewraakte scène uiteindelijk perfect getimed werd opgenomen, zat iedereen al onder de rode spetters, maar de dag kon niet meer stuk.
Verbaasde blikken
Ook niet toen een Djosergroep zich per becak een weg baande door het drukke centrum van Yogyakarta en zich daar onder de verbaasde blikken van de stedelingen andermaal een curieus Hollands tafereeltje ontvouwde. Van der Velde, voor wie het allemaal niet snel genoeg ging, sprong van de driewielertaxi, wisselde van plaats met de berijder en begon eigenhandig het tempo van de Hollandse karavaan op te voeren. Gillend van pret: “Leuk land hè!”
Het zijn maar enkele anekdotes. We zouden pagina’s erover vol kunnen schrijven,
maar daartoe ontbreekt hier de ruimte. Feit is dat Djoser z’n kinderjaren met smaak achter zich liet en allengs uitgroeide tot een niet meer weg te cijferen factor in de Nederlandse reiswereld. Enkele honderdduizenden reizigers zouden de pioniers uit die jaren gaan volgen, jong en oud, singles en stellen, letterlijk van hier tot Tokyo en verder. Want ook in volwassenheid is Djoser nog steeds een reisorganisatie met oog voor het bijzondere.




Volg ons op:
Tel: 09 223 00 69