Reis zoeken

Soort reis

Regio

Met oog voor

Reisduur

Vertrekperiode

Prijs

Wie was Farao Djoser?

Wie had gedacht dat farao Djoser nog zo lang zou doorleven? Egyptoloog Christian Greco schetst het verhaal van de farao die de eerste piramide liet bouwen.

Van de honderden faraoregimes die over Egypte hebben geheerst, heeft de regering van farao Djoser verreweg de grootste betekenis gehad. Deze farao leidde een periode van 500 jaar in waarin Egypte tot bloei zou komen. Een toepasselijke benaming van de regeerperiode van farao Djoser (ca. 2630-2611 v. Chr.) is Piramidentijd, want de geestelijke en technische prestaties van het Egyptische volk komen nergens treffender tot uitdrukking dan in de piramiden die toen werden gebouwd.



In de latere Egyptische traditie leefde Djoser voort als een van de groten van het verleden. De Egyptenaren hebben de regering van deze farao altijd als een nieuw begin beschouwd, een scheppingsperiode, een kernpunt in de geschiedenis. In het zogenaamde Turijnse koningspapyrus, een lijst met koningen uit de 19e dynastie (ca. 1250 v. Chr.), wordt alleen de naam van Djoser extra benadrukt. De toeristen die in de Ramessidentijd, 1500 jaar na de bouw, het grafcomplex van deze farao in Sakkara bezochten, schreven op de gebouwen daar behalve hun namen ook  lofbetuigingen aan deze grote farao. Zij getuigden op de muren van hun intense bewondering. Een van hen omschreef de schoonheid van het complex van Djoser als die van de hemel tijdens de opgaande zon.

Bouwen met steen
In de Late Tijd (ca. 650 v. Chr.) blijkt het belang van het bouwwerk uit restauratie. Deze grote waardering en eeuwenlange verering heeft Djoser niet te danken aan het herstellen van de rust en ook niet aan militaire successen. Men zag hem als de uitvinder van monumentale bouwwerken in steen. Deze verdienste deelt hij met de architect, opperbouwmeester en geleerde Imhotep. Djoser en Imhotep hebben de gehouwen steen als bouwmateriaal ontdekt en daarmee voor het eerst monumentale bouwwerken opgericht. Met welk materiaal kon men immers beter de huizen van de eeuwigheid – de graven van de farao’s – bouwen dan met onvergankelijke natuurstenen? In de eeuwige stenen bouwwerken brengt de vergoddelijkte farao hetzelfde tot uitdrukking wat hem bij de troonsbestijging tijdens zijn leven was opgedragen, namelijk het handhaven van de door de goden geschapen wereldorde door middel van rituele handelingen en plechtigheden.

Dat verklaart waarom Djoser zijn eigen grafcomplex en piramide als zetel voor het hiernamaals liet oprichten. Alles aan de piramide van Djoser wijst erop dat het ontwerp, de organisatie en de bouw zeer zorgvuldig zijn voorbereid en uitgevoerd. Hoeveel mensen er aan hebben gewerkt is moeilijk in te schatten, maar economisch gesproken kon Egypte dergelijke projecten aan.

Oog in oog met Djoser
Het complex van Djoser in enkele decennia ontstaan en het heeft gedurende de periode dat eraan werd gebouwd een aantal ontwerpwijzigingen ondergaan. Het complex beslaat een immens rechthoekig terrein van 15 hectare dat wordt omgeven door een 10 meter hoge kalkstenen muur met nissen als van een paleisfaçade. Een belangrijke vernieuwing vergeleken met de oude koningsgraven is de ligging van het hele complex op de assen van de vier windrichtingen.

Hoge stèles met de naam van Djoser en van zijn koninginnen, beschermd door de dodengod Anoebis, gaven de grenzen ervan aan. Aan de zuidkant van de muur ligt een lange rechthoekige mastaba, het zogeheten zuidgraf. De functie van deze constructie is nog niet verklaard. Op het terrein zelf bevinden zich uitgestrekte hoven en enkele gebouwen ten behoeve van de dodencultus. Ze verzekerden voor eeuwig aan de vorst de voortzetting van de voor het koningschap noodzakelijke rituelen. Daartoe behoorde zijn jubileumfeest dat ook in het hiernamaals een nieuwe regeringsperiode inluidde. De piramide met de zes treden vormde een trap van 62 m hoog. Langs die trap zou de farao na zijn dood de hemel bestijgen om zich te verenigen met de zonnegod.

Aan de noordzijde van de piramide bevindt zich een echte dodentempel waar dagelijks het offer aan de overledene werd gebracht. Daar is ook de serdab, een gesloten kapel waar het beeld van de zittende vorst zich bevond. Gaten in de muur maakte het de ka, de leven wekkende en schenkende kracht, mogelijk met de buitenwereld te communiceren en naar buiten te kijken. Het zittend beeld van Djoser is het oudste stenen koningsbeeld in groot formaat dat we uit Egypte kennen. Elke bezoeker van het Egyptisch museum in Cairo kan vandaag de dag dit prachtige beeld bewonderen en oog in oog staan met één van de grootste farao’s van het Oude Egypte, meer dan 4500 jaar na zijn dood.


Niet vergeten
Het piramidecomplex van Djoser heeft de eeuwen doorstaan. Het meesterwerk van architect Imhotep heeft ervoor gezorgd dat deze grote farao niet vergeten is. Voor de oude Egyptenaren was de conservering van het lichaam zonder twijfel een noodzakelijke voorwaarde voor een leven na de dood. Daarnaast waren er al vroeg andere manieren om de fysieke en geestelijke persoon van de dode koning te bewaren, bij voorkeur het beeld, de koningsstèle en het koningsgraf. Deze verschillende vormen waarin de koning kon verschijnen werden voor het eerst in het grafcomplex van Djoser in monumentale architectuur verenigd. En de naam van deze farao blijft leven.