Reizen in de voetsporen van Isabella Bird door Japan
Door Lex Veldhoen
Isabella Bird was een Engelse wereldreizigster die in 1878 een reis door Japan maakte, soms in een draagstoel, deels te voet en grote delen te paard. Ze reisde van Tokio tot Biratori op Hokkaido, waar ze meeleefde met Ainu, een volk met een geheel eigen cultuur. Lex Veldhoen reisde met Mylou van Bentum in haar voetsporen. Vol bewondering merkte hij hoe zwaar deze reis voor haar was, zeker in vergelijking met reizen door het huidige Japan.
Wij rijden vanaf Narita langzaam een berglandschap binnen met rotsbodemrivieren waar mannen op forellen vissen. Door de aanleg van stuwdammen stromen de rivieren nu minder snel dan in Bird’s tijd. Waar Isabella bergen moest beklimmen en te paard moest nemen, rijden wij door soms wel tien kilometer lange tunnels. Opvallend is het contrast tussen vlakke, gecultiveerde delen, waar de shinkansen doorheen zoeft, en de ‘onaangeraakte’ bergbossen met prachtige kleurschakeringen, waar geen wegen, woningen of dorpjes zichtbaar zijn. Het contrast tussen het reizen zoals Bird deed - zo primitief en vol ontberingen, met vlooien, ratten, stinkende mensen en smerige onderkomens - kan bijna niet groter zijn. Wij reizen door een totaal ander land, waar alles gereguleerd en netjes is; het best georganiseerde, meest hygienische land ter wereld, met zelfs verwarmde toiletbrillen.
Het eerste resorthotel in westerse stijl in Nikko, waar Bird verbleef, is nu een museum. Op de eerste verdieping bevindt zich haar gastenkamer met tatami vloermatten, wanden met hemelsblauw behang en de fauteuil waar ze op zat. De oude vrouw die ons rondleidt gebaart plaats te nemen en zo kijk je, net als Bird destijds, uit op een mooie aangelegde Japanse tuin met niveauverschillen, mossen en waterstroompjes, die klaterend naar beneden vallen.
Op een steenworp afstand bevindt zich de tempel die ze roemde vanwege de fijn ambachtelijke detailleringen en het vele bladgoud: ‘En dat alles wordt al 260 jaar bijeengehouden zonder mortel of cement’, schrijft ze. Ook nu, ruim 400 jaar later, verkeert het complex nog in een prachtige staat. Het is meivakantie en overal staan lange wachtrijen. De tempelgebouwen met gelaagde, toelopend gewelfde daken zijn overweldigend met verfijnd en kleurig houtsnijwerk, getooid met ranke pauwen, olifanten en bladgoud ornamenten.
Isabella Bird was naar Japan op reis gegaan op advies van haar artsen, omdat ze rug-, reuma- en slapeloosheidsklachten had. We bezoeken geneeskrachtige bronnen in Kaminoyama, waar Bird zich in het warme water onderdompelde. Ook nu worden deze nog door reumapatiënten bezocht. Volgens de legende zag een monnik hier bij een bron de vleugels van een kraanvogel genezen. We rijden naar de onsen, waar nog steeds kraanvogels als beeldjes bij een bron zijn geplaatst en gaan vervolgens naar de gemeentelijke onsen (sotoyu) met de sfeer van onze vroegere badhuizen en een entree van slechts 90 eurocent. Een oude, krom lopende vrouw in jasschort regelt als badmeester alles vanuit de voorruimte en houdt de boel schoon. In de betegelde badruimte, met een ondiep bad wordt eerst intensief geschrobd, zittend op de vloer of op krukjes. Vervolgens gaan de mannen het bad in met witte handdoekjes op hun hoofd.
Als ik me bij hen voeg, ervaar ik aan den lijve dat ik er niet lang in kan blijven, mijn huid rood kleurt en duf word van de hitte. Naast deze badruimte, gescheiden door een half hoge muur, bevindt zich het vrouwenbad. Vroeger was men minder preuts en werd in Japan gemengd gebaad.
Bird beschreef Aomori als ‘een stad met grijze daken, waar grijze stenen op liggen aan een strand met grijs zand, aan een grijze baai...’.
Tijdens haar reis maakte ze diverse zomerfestivals mee. Tegenwoordig bevindt zich in Aomori een museum gewijd aan het Nebuta-festival, waar prachtige, bontgekleurde praalwagens staan met dunne frames, bekleed met beschilderd papier, van binnenuit verlicht. Het feest moet de bewoners na de zomerhitte uit hun lethargie opwekken.
Terwijl Bird in een gammele boot tijdens zwaar weer naar Hokkaido reisde, waar ze doordrenkt van zeewater aankwam, doen wij het met een kalme zee in een grote veerboot. En terwijl zij at in een vies visrestaurant, genieten wij van vers bereide vis bij de morning fish market van Hakodate, in een kleurig ingerichte hal met prachtig uitgestalde verse vis, die ook ter plekke wordt gegeten bij kleine eethuisjes. Twee Japanse vrouwen eten rood-witte krab en in een helderblauw bad probeert een meisje met een hengeltje de vis aan de haak te slaan, die straks ter plekke voor haar wordt bereid.
Zo’n twintig kilometer ten oosten van Noborobetsu kun je in het prachtig ontworpen Ainu-museum van Shiraoi een Ainu-maaltijd bestellen met herten- en berenvlees. Op de menukaart staat dat het bereid is door Ainu-kok Huci, en in de keuken staat ze inderdaad achter de pannen: een kleine vrouw met een open, vriendelijk gezicht, die geflatteerd voor de camera poseert. Tijdens een buitenoptreden bespeelt een Ainu-vrouw een traditionele mondharp, die ook Bird al beschreef. Op de achtergrond staan nagebouwde Ainu-hutten, waarbij de dakspanten uitlopen in houten X-vormen.
We rijden honderd kilometer verder naar Biratori, dat inmiddels niet meer een gehucht met strohutten, maar een plaatsje met moderne gebouwen en woningen. Isabella schreef destijds:
‘Ik denk dat het mijn meest interessante reiservaring is, dat ik drie dagen in een Aino-hut heb verbleven, het dagelijkse leven van compleet wilden met hen deelde, terwijl zij doorgingen met hun dagelijkse leven.’
Ze beschrijft hun leefwijze: dat ze twee keer per dag eten, beren aanbidden en een jonge beer in hun hut opnemen die wordt gezoogd door de vrouw van de hoofdman.
Een paar kilometers verderop is in Nibutani eveneens een Ainu-museum, met gewaden die uit slierten boombast zijn geweven en getooid met geheel eigen motieven. Er zijn mocassins gemaakt van vissenhuid, waarbij de vinnen en staart als versierselen dienen, er klinkt Ainu-gezang en er staan twee palen met daarop berenschedels, die vroeger de hutten van hoofdmannen sierden. De conservator vertelt dat er nog zo’n 20.000 Ainu op Hokkaido leven, maar dat het merendeel zich vermengd heeft met andere bevolkingsgroepen en totaal anders leven dan hoe Bird hun voorouders beschreef. In een aangrenzende winkel werkt een Ainu-man met een guts aan een messchede, die later, net als diverse uit hout gesneden beren, aan toeristen verkocht zal worden. We rijden naar een bord aan de oever van een nabijgelegen rivier. Daarop staat vermeldt, dat Bird langs dit pad heeft gelopen. We wandelen langs het met bomen en struiken omzoomde pad en voelen ons dichter bij haar dan ooit.